“De wereld bewoog, veranderde en stond even stil…”
Op haar tenen sluipt de avond binnen. Wij zwijgen, zijn stil. Zo af en toe gewoon zomaar een korte opmerking, die weerklinkt uit onbegrip. Zomaar een opmerking die klinkt vanuit een diepe zucht. Om vervolgens weer terug te keren in een stilte.
De september avondzon tekent een vage, licht oranje gloed op de wereld. Tussen de somberheid van de buien door. De tijd van deze dag tikt traag weg. In stilte tikt de tijd traag weg. Wij zwijgen. De stilte tikt des te harder door. Is dit de stilte van onbegrip? De stilte van het onvermogen van het menselijk brein om dit te begrijpen? Is dit…is dit de stilte van gemis? Van de leegte…een diepe leegte?
Tot 2004, toen ik voor het eerst een grootouder verloor, leek het onmogelijk. Dit was mijn wereld en deze mensen zijn er altijd. Maar opeens viel de hoofdrolspeler weg, weg uit die zo beschermde wereld. Was die haven nog wel zo veilig? In 2008 stelde ik mijzelf opnieuw die vraag, nadat opnieuw een van mijn opa's was overleden. Maar ook in die haven keerde wij terug, terug in dat veilige huis. Bij Oma. Die veilige haven welke doordrongen was met de lucht die je herinnerde aan al die dagen dat je daar midden in de gang met elkaar aan het spelen was, met die spullen. Het belangrijkste van al die spelletjes ontbrak, in beide huizen van beide oma's. De Captain, het grootste kind, de grootste (vaak stille) vennoot van al die spellen en kattenkwaad. Nee Opa en Opa waren er niet meer. Maar daar, daar in die haven was het veilig ondanks de rondsluipende stilte die de leegte met zich mee droeg.
Na het emotionele, maar onwijs mooi afscheid van Opa in 2008, is ook Oma afgelopen zondag gaan slapen. Slapen zoals ze al geruime tijd wilde. Slapen, gewoon even slapen. Daar lag ze dan, de laatste bewaakster van die veilige haven die familie heet. Familie vooropgegaan door Opa en Oma. De avond en het donker vielen in haar kamer. Naast haar een bescheiden lampje dat als enige licht in de inmiddels donkere kamer haar gezicht bescheen. In het schemer van dat licht restte slechts de stilte van ons, van de vele bloemen die haar de afgelopen week gebracht waren. Achter haar, in het schemer van dat kleine lampje, hoog op die witte muur, hing een foto. Op die hele kale witte muur hing slechts één foto boven het bed van Oma. De schimmen van 10 lachende mensen. In het midden zitten een meneer en mevrouw, een oude meneer en mevrouw, trots om zich heen te kijken naar die tien lachende gezichten.
Die tijd is niet meer. Onder die familie foto is nu ook Oma gaan slapen, daar in dat licht van het kleine lampje dat als enige de kamer verlichtte. In dat bescheiden licht waren de rollen, in tegenstelling tot die foto, nu omgedraaid. Het waren die tien gezichten van diezelfde foto die nu trots naar haar keken, zij die zolang – samen met Opa – altijd het middelpunt en ijkpunt van die tien lachende gezichten vormde.
Twee jaar en vijf dagen nadat wij Opa los hebben gelaten brachten wij vanochtend Oma naar diezelfde plek…daar bij Opa. Na een wederom een emotionele, maar mooi afscheid is het in ons eigen thuis is stilte gedompeld. Het onbegrip, het gevoel dat dit menselijk brein hier niet bij kan, lijkt nu zoveel sterker dan is 2004. Het besef dat die veilige haven niet meer is, blijft bij een feitelijke constatering waarbij het gevoel opeens totaal blokkeert uit onbegrip. Onthoofd, geen stuurlui meer aan boord, geen voorganger meer die dit clubje leidt. Dat clubje van die tien lachende gezichten welke zich inmiddels hebben uitgebreid tot veertien lachende gezichten, zullen niet langer als planeten om dat bijzondere middelpunt draaien. Niet langer meer zoals op die ene foto op die egaal witte muur waarin zij beide letterlijk het middelpunt van ons aller bestaan vormden. Maar voortaan zullen die veertien lachende gezichten door draaien met in hun midden die onaantastbare leegte. Het grote onbegrip dat datgene er niet meer is. Datgene dat diep van binnen zo normaal is, datgene waarvan het gevoelsmatig onrealistisch is dat het ooit zou kunnen verdwijnen. Zoals de mens ooit dacht dat de aarde stil stond en het tegen alle ideologen indruiste om te denken dat het 'ding aarde' ooit zou kunnen bewegen.
Zo is de wereld vandaag bewogen, veranderd en eventjes tot stilstand gekomen…
Die inmiddels donkere wereld, met slechts dat kleine lampje, dat ontastbare, dat wat volgens elk gevoelsmatig principe helemaal niet kan is gebeurd. De wereld bewoog, veranderde en stond heel even stil…
